Water en vruchten in een uitgedroogd landschap

Op de dag dat Temer, de president ad-interim, de steun krijgt van de verzamelde agrobusiness verzamelen we in Minas Gerais met een nokvolle aula. Allen vóór een andere landbouw.

Van vliegtuigen vol gif …

Het is van in’t begin duidelijk dat deze rechtse regering de volle steun zou krijgen van de agrobusiness en van de bancada ruralista in het federale parlement. Het is dan ook niet toevallig dat eind juni een absurde wet werd gestemd. Ze geeft de mogelijkheid om het Zika-virus met gifvliegtuigen boven de steden te bestrijden. Niet alleen meer gifspuitende vliegtuigen boven sojavelden dus, maar nu rechtstreeks effectief op de hoofden van miljoenen mensen. Zou er een verband zijn met het feit dat in dit immense land het voorbije jaar 20 % minder pesticiden werden versast?

tot waterbronnen die terug tot leven komen

Maar niet geklaagd. Even deze chemische oorlogsverklaring vergeten voor het ‘Eerste forum van natuurwetenschappen in relatie met betrokkenen van de Cerrado’; in het Instituto Federal van Noord Minas-Gerais, Campus Januária.

De rector van het Federale Instituut zet meteen de toon: “In de tachtiger jaren kwamen hier firma’s aan, die alleen maar uit waren op winst. We dachten dat het om onze ontwikkeling ging en deden onwetend mee. Ze plunderden de Cerrado en lieten ons verarmd achter. Wij willen nu andere wegen gaan, wegen van agroecologie, in harmonie met wat de natuur ons te bieden heeft.” Ik moet zeggen dat deze veearts-rector mij zeer emotioneerde, zoals twee jaar geleden een andere veearts aan de universiteit van Pelotas. Beiden zagen op latere leeftijd in dat de Cerrado vernietigen, het leven zelf vernietigen is. Het leven dat vooral uit water bestaat. De dag staat dan ook in het teken van hoe de waterbronnen terug opwekken, waterbronnen die uitgedroogd zijn door veehouderij tot aan de bronnen, door de massale aanplant van eucalyptus en andere ondoordachte aanslagen op de natuurlijke evenwichten.

Wetenschap en praktijk hand in hand

Indrukwekkend aan deze dag is dat hier niet alleen veel studenten samenscholen, maar ook boeren die niet de kans kregen om te studeren, mensen van Quilombolas (afstammelingen van gevluchte slaven), traditionele volkeren, vertegenwoordigers van NGO’s en bewegingen. De getuigenissen zijn erg pakkend, zowel door de aanwezigen ter plekke, als bij de voorstelling van de opties van het Instituut door middel van een film met heel wat mensen die het woord nemen. Blijkt dat het instituut, zoals bijna allen in het land, vooral ten dienste stond van het opgedrongen agrobusinessmodel. Nu wordt al jaren uitdrukkelijk gekozen voor de ondersteuning van de echte boerenlandbouw met zijn agrobiodiversiteit, geënt op de biodiversiteit die de natuur te bieden heeft. Een uitspraak die bij mij blijft hangen: ‘A vaca domina na cama da peixe’/’de koe domineert in het bed van de vis’. In eerste instantie verstond ik de uitdrukking niet, maar gaandeweg wordt het me duidelijk. Doordat de bronnen niet beschermd worden en de koeien tot bij het water kunnen, liggen ze in het droge seizoen in de bedding van de rivier. Zaak is dus van de wet te volgen en 30 meter van de rivieren te blijven, vooral de bronnen goed af te palen en te herbebossen met een diversiteit aan bomen en ander groen.

De aanwezige vertegenwoordigers van de Xakriabá gaven het juiste voorbeeld. Op eigen initiatief paalden ze 30 bronnen af!

Aan het eind van de dag wordt een document opgesteld, van waaruit het Federale Instituut projecten en programma’s gaat opzetten. De bedoeling is om zich niet tot tijdelijke projecten te beperken, maar om blijvend vooruitgang te boeken. Vertrekkend vanuit de vragen van de diverse bevolking.

Umbu en tamarindo

De tweede dag gaan we – een bus vol – op excursie. Eerst naar het park met de grotten van Peruaçu. Nadien zijn we te gast bij twee boerenfamilies. Ze waren betrokken in het gemeenschapsproject van ‘Ấgua Brasi”; een samenwerkingsverband van Caritas, WWF en andere partners. Ik ben altijd kritisch geweest voor WWF (voor zijn ronde tafels van maatschappelijk verantwoorde soja), maar wat ze hier met de plaatselijke mensen opgezet hebben, verdient een pluim.

Terwijl we in het droge seizoen zijn met alleen maar verdroogde planten en verdwaasde koeien, worden we ‘s middags ontvangen bij een vrouw met verse groenten en fruit van haar eigen agroforestry-bedrijfje. Sla, wortelen, rode biet, … Umbu en tamarindo om te drinken. Ze leidt ons rond in haar veelkleurige groententuin zonder gif en vertelt ronduit over de zegeningen van twee citernes: één voor huishoudelijk gebruik en drinkwater en een grotere voor het bedrijf. Allemaal opgevangen water van het regenseizoen. Pequi, umbu, tamarindo, araça en zovele andere cerradobomen zorgen het hele jaar door voor vruchten. Het zogenaamde extrativisme. Op elk moment van het jaar is er altijd wel een vrucht die kan geoogst en verwerkt worden. Dat verwerken en dus meerwaarde realiseren, leerden ze vanuit het project. Ook het uitwisselen van sementes crioulas (diversiteit aan zaden in boeren handen) werd hervat. Boeren en boerinnen vinden elkaar en organiseren zich.

Heropstanding van de buriti

Nadien trekken we naar een boerenkoppel dat waterbronnen opwekt. Letterlijk. Wat dood was door de onwetendheid van de ‘moderniteit’ en ‘vooruitgang’ van de laatste decennia, komt weer tot leven. Ze omheinden de bronnen zodat er geen koeien bij kunnen. Al jaren brengen ze allerlei planten en bomen rond de bronnen en zie: ze beginnen terug te borrelen, terwijl de omgeving er kurkdroog bijligt. Rond de bronnen is het waar humusfeest. Fier leidt de boer ons rond en wijst hij ons vooral op het succes van de buriti (typische palmboom, waar in deze streken een hele cultuur op gebouwd was). Buritis gedijen best in de veredas (moeras- en brongebieden). Daar deze veredas de laatste decennia uitdroogden of bewust drooggelegd werden, zag men hier vooral buritis treuren en sterven. Het is dan ook bijzonder om deze bomen fier de te kop te zien opsteken.

Qua water gaat het er in Brazilië niet even vredevol aan toe. In het jaarverslag van CPT-2015 (Comissão Pastoral da Terra) gaat het om dé grote nieuwe conflicthaard. Anno 2015 waren er 135 waterconflicten, waarbij 42.337 families betrokken waren. Het gaat dan vooral om conflicten bij het onteigenen voor nieuwe stuwdammen (denk aan het wereldnieuws rond Belo Monte) en voor water dat vooral naar de agrobusiness en zijn export gaat.

Deze twee dagen leren ons althans dat theorie en praktijk elkaar kunnen bevruchten. Agrarische wetenschap verbonden met wat de boeren en de natuur nodig hebben, maakt een wereld van verschil.

Een rijke afronding van zes weken rondtoeren in een deels vernietigd, maar herstelbaar land.

Luc Vankrunkelsven,

Januária, 6 juli 2016.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Pif-paf: hold-up op Afrikaanse kippenkwekers.

Globalisering is interessant. Denk maar aan internet dat ons helpt om ons internationaal te organiseren. Soja en kippen zijn metaforen voor een perverse globalisering met vele slachtoffers. Hoe zit dat met de kippen?

124 miljoen ton kippenvlees

Na toespraken in Rio Pomba, Barbacena en Muriaé rijden we naar de prestigieuze universiteit van Viçosa. Ook hier vinden we een oase van agro-ecologie, temidden van de dominante agrobusiness-woestijn. Het gaat hier telkens om grote afstanden in Brazilië. Ik denk dat je in België weinig richtingwijzers boven de 100 km. vindt. Hier zie je bijna stoemelings een plakkaat: Salvador, 1330 km. In Brasília was het nog straffer: Salvador, 2400 km. Toch leggen kippenonderdelen grotere afstanden af. ‘Kippenonderdelen’? Uitleg volgt wat verder. Eerst wat cijfers.

De wereldwijde consumptie van runderen zakt lichtjes. De consumptie van varkens- en vooral kippenvlees stijgt. Geschat wordt dat tegen 2020 124 miljoen ton kippenvlees ‘geproduceerd’ wordt. Een stijging van 25 % in tien jaar. De groei in China zou 37 % bedragen, in Brazilië 28 %. De Verenigde Staten 16 % en de Europese Unie ‘maar’ 4 %. 124 miljoen ton vlees: hoeveel soja en maïs gaan daarvoor nodig zijn?

Pif paf?

We rijden achtereenvolgens achter een vrachtwagen met veevoer en een andere met diepvriesproducten. Nadien passeren we een fabriek met vele autobussen om het personeel aan te voeren. Overal staat de gekke merknaam ‘Pif paf’ op. Het is een integrator van kippen en varkens in Minas Gerais met internationale export van vlees. Het is een regionale variant van Sadia uit Zuid-Brazilië. Sadia fuseerde enkele jaren geleden met Perdigão tot het machtige Brasil Foods. In de film ‘Gekke kippen’, die we hier soms gebruiken, zie je in Kameroen ingevroren kippenbillen van Sadia naast billen uit Nederland liggen. Pif Paf moet met zijn export niet onderdoen. Europa en Brazilië staan voor een permanente hold-up in Afrika.

Van SAP’s-kogels naar WTO-bommen

Hold-up door Europa, met die magere groei van 4 %? Hier hebben we een stuk geschiedenis nodig om te begrijpen wat er zich al decennia lang afspeelt. Heel wat Afrikaanse landen hadden in de jaren ’70 geïnvesteerd in hun plaatselijke landbouw. Omwille van de schuldencrisis van de jaren ’80 verplichtten de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds hen tot SAP’s: Structurele aanpassingsprogramma’s. Gedaan met structurele ondersteuning van de eigen landbouw. Import vanuit de wereldmarkt zou de oplossing zijn voor de armlastige landen. Concurrentie van allen tegen allen. Deze opgedrongen politiek werd nog versterkt door de omvorming anno 1995 van de GATT (General Agreement on Tariffs and Trade) in de WTO: World Trade Organisation. Landen, vooral in Afrika, werden verplicht om hun douanetarieven te verlagen. Prijsondersteuning van de eigen productie werd verboden. Rechtstreekse inkomenssteun van boeren mag nog, maar dat is alleen rijke landen als de Verenigde Staten en de Europese Unie gegeven. Voor het eerst werden landbouw en voeding volledig in de neo-liberale logica van de WTO opgenomen. De VS en de EU domineren in de WTO en houden de pen vast voor de internationale ‘afspraken’. In 1994 werden in Marrakesh 40.000 bladzijden marktregels ondertekend. De Afrikaanse landen waren akkoord. Ze moesten wel.

Gekke koeien en gekke kippen-globalisering

Enkele jaren later, in 1996, breekt in Europa de Gekke Koeienziekte uit. Vanaf 2001 wordt het gebruik van dierenmeel in veevoeders volledig verboden. Gevolg: vleugels en poten van kippen werden plots afval. Voorheen werden ze vermalen tot veevoer. Plotsklaps moest de industrie de verwerking financieren van ‘kippenafval’. Gelukkig was en is er de internationale handel en het dictaat dat de grenzen open moeten voor landbouwproducten van overzee. De Europeanen kopen al lang vooral kippenborsten. Dààr wordt de winst gerealiseerd. Vleugels, poten en billen kunnen vér onder de kostprijs ingevroren in Afrika gedumpt worden. Chinezen houden van kippenpoten. Globalisering zorgt er voor dat veel kippenpoten richting Azië verscheept worden.

Na aftrek van de kosten voor het verschepen kan het kippenvlees voor 2/3 van plaatselijke kostprijs in Afrikaanse landen gedumpt worden. De plaatselijke economie werd vernietigd. Vooral de onafhankelijkheid van vrouwen wordt door deze praktijken afgeschoten. Met feest is het steevast kip. Ze worden in deze landen vooral door vrouwen verzorgd. In veel culturen zijn ze afhankelijk van de man voor de grote beslissingen i.v.m. grond en vee. Kleinschalig kippen houden geeft hen een zekere onafhankelijkheid en wat extra geld om de opvoeding van hun kinderen te financieren.

Pif paf: je kan voor minder destructie over een hold-up spreken. In bovenvermelde film is te zien dat zowel vrouwenbewegingen in Kameroen, als actiegroepen in Europa zich verzetten. Ondertussen heeft de grootste Chinese veevoederfirma de welluidende naam ‘New Hope’. Is hoop gerechtvaardigd voor deze Afrikaanse vrouwen en hun plaatselijke economie. Wie zal het halen, nu de kippenboom zich wereldwijd doorzet en China in Afrika hoe langer hoe meer de lakens uitdeelt?

Luc Vankrunkelsven,

Viçosa, 1 juli 2016.

(1) Voor wie meer wil lezen over vlees- en aanverwanten, zie het sterke dossier van Friends of the Earth Europe: ‘Meat Atlas. Facts and figures about the animals we eat’. Downloadbaar van: http://www.foeeurope.org/meat-atlas

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Churrasco

We rijden van Rio Pomba naar Muriaé, van de ene campus van de Instituto Federal van Zuid-Minas Gerais, naar de andere. Wat hebben tijdens deze rit hoge vleesconsumptie en erosie met elkaar te maken?

Vleesvreterij

De eerste keer dat ik het model ‘churrasco’ (barbecue van de Gaúchos van Zuid-Brazilië) leerde kennen was anno 2000 in Belém. Belém/Bethlehem in het uiterste Noorden van Brazilië, aan de monding van de Amzonerivier! Ik was bij een professor landbouw te gast en hij stelde voor om in een ‘Churrascaria’ te gaan eten. Een restaurant dus met churrasco. Ik kon mijn ogen niet geloven, als mannen één na één met lange spiezen vol vlees langs onze tafel bleven komen. Het is een vleesvreterij zonder eind. Ze stoppen pas met langskomen, als je zegt dat het genoeg is. Als je volgevreten bent. Hetzelfde model van ‘rodígio’ (blijven rondkomen met eten) bestaat in Brazilië voor pizza’s of vis. Gulzig eten tot je er bij neervalt en dan uitgeteld zeggen: ‘Stop maar’.

Nadien leerde ik het kennen bij de Gaúchos zelf, in Rio Grande do Sul. Bij de echte boeren op het platteland is het alleen een gewoonte op zondagen en bij een feest. Bijvoorbeeld, als je met een groep Europeanen van de ene gemeenschap naar de andere gaat, dan word je telkens opnieuw ontvangen met een churrasco. Het is dan eenvoudiger en sympathieker.

Runderen op Mars?

In 2005 gingen we met Wervel op uitwisseling naar Fetraf-Sul/CUT, de boerenvakbond in Zuid-Brazilië waarvoor ik toen werkte. Ik vroeg tijdens de voorbereiding naar een typisch restaurant. Iemand bestelde voor ons een churrascaria met Gaúcho-muziek in Curitiba. Het was een immense cultuurshock voor de Wervelaars. Vier van de tien deelnemers waren vegetariërs. Voor hen was het een horror. Een ware oorlogsverklaring met spiezen vol vlees. Sindsdien ervaar ik deze ‘vleescultuur’ ook als een symbool van een levenswijze die we absoluut niet kunnen democratiseren of globaliseren. Wat gaan we doen, als alle Chinezen of Indiërs deze manier van consumeren zouden kopiëren? We zouden dan drie planeten nodig hebben. Ik dacht dat we er maar eentje hebben. We gaan toch geen runderen houden op mars?! Mijn wanhoop en ‘gefundeerd’ pessimisme is dan ook dat deze evolutie volop bezig is. De consumptie van rundvlees daalt wel wereldwijd, maar de consumptie en dus ‘productie’ (wat een woord; het gaat over anoniem gemaakte dieren) van varkens- en kippenvlees vliegt pijlsnel de hoogte in. De helft van de wereldconsumptie van varkensvlees bevindt zich nu in China. Ja, en kippen en varkens worden vooral vetgemest met de Siamese tweeling van de internationale veevoederhandel: soja en maïs.

Degradatie alom

Onderweg zien we totaal gedegradeerde bergen. Sinds de 19e eeuw werd er monocultuur koffie op gezet, want Europa begon massaal koffie te drinken. Toen de koffie in deze streek stopte, kwamen de runderen. De meeste bergen zijn compleet ontbost. De runderen vreten ze nu kaal. Op heel wat plaatsen is alleen maar rode aarde te zien. Foetsie bomen. Foetsie gras. Foetsie water. We stoppen in Muriaé. Hier moeten we in een technische landbouwschool een toespraak houden. We staan allemaal voor een ander landbouwmodel. Voor agroecologie. Toch eten mijn medereizigers (de Braziliaanse chauffeur, een professor en een jonge Franse stagiair) een berg vlees. We kiezen voor het gewone systeem ‘à kilo’ (je betaalt voor wat je op je bord legt) en nog niet eens voor de échte churrascostijl (die duurder is), ook al zijn we in een typische Churrascaria van de Gaúchos beland. Er staat dan ook een metershoge chimarrão (ander symbool van deze dominante bevolkingsgroep) aan de ingang van het restaurant. Om ons heen zien we constant de spiezen vol met vlees aankomen voor hen die wél voor het echte model kozen. De Wervelaars van 11 jaar geleden komen me voor de geest. Ik word er zowaar wanhopig en weemoedig van: “Hoe kunnen we deze waanzin ooit een halt toeroepen?”

Ondertussen eet ik mee à kilo met heel wat groenten, een klein stukje vis en als echte Belg: veel aardappelen. Het gekke is nu dat je in dit systeem evenveel betaalt of zelfs meer, als je aardappelen op je bord legt en geen vlees. Het vlees is hier dan ook (voorlopig?) nog goedkoop. De erosie is dan ook navenant. Waarom leggen we het verband niet, als het uur van middagmaal is aangebroken? Wie betaalt de erosie? De volgende generaties?

Lezen: bron van wijsheid

In de landbouwschool probeer ik subtiel te beginnen over het internationaal jaar van de bodem (2015) en van de vlinderbloemigen (2016). We verwijzen ook even naar de internationale dag tegen de verwoestijning en verdroging (17 juni) en dat zij die zich vormen in agroecologia een belangrijke taak hebben in herstel van gedegradeerde gronden. Over vleesconsumptie zeg ik maar niet te veel, maar ik ga ervan uit dat ze de boodschap begrepen. Onderweg zagen we op de muur van een school: ‘Leitura é fonte da sabedoria’/’Lectuur is bron van wijsheid’. Goed gevonden van dat op de schoolmuur te zetten, want de meeste Brazilianen hebben een broertje dood aan lezen. Laat staan dat ze een boek zouden kopen… Dus verloot ik maar enkele boeken in de aula. Dat geeft altijd de nodige animatie. Aan het eind leest een student uit haar gewonnen boek ‘Legal! Optimisme – realiteit- hoop’. De tekst van Vaclav Havel, waar hij het verschil uitlegt tussen optimisme en hoop.

Nu maar hopen dat ze hun agroecologia in praktijk kunnen zetten om de verwoestijning tegen te gaan. Én hopen dat ooit de link wordt gelegd met het eigen consumptieniveau van dierlijke eiwitten.

Luc Vankrunkelsven,

Rio Pomba, 30 juni 2016

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Van Gogh, de armoezaaier wordt Platina

Vandaag een speciaal moment: ondertekening samenwerkingsverband Wervel en Instituto Federal van Zuid Minas Gerais. Wat heeft Van Gogh hiermee te maken?

De levensloop van Vincent Van Gogh heeft me van jongsaf geboeid. Zijn eerste optie om tussen de uitgebuite mijnwerkers van de Borinage te gaan leven, liep af op een sisser, maar deze ‘incarnatie’ in de werkelijkheid van armgemaakten blijft uitdagend.

Het straffe is altijd opnieuw dat iconen na hun dood misbruikt worden voor eigen gewin. Dat maakte Jezus van Nazereth mee, Che Guevara (1), maar ook dus Van Gogh. De man kende tijdens zijn leven alleen maar armoede en veel ellende. Wat blijkt nadien, tot in Brazilië toe? De beste pizzaria in Zuid-Amerika situeert zich in Guarapuava (Centrum van deelstaat Paraná). Het is bijzonder elitair, maar als ik er ben, ga ik er steevast een pizza eten. Dat zijn schilderijen de laatste decennia miljoenen dollars waard zijn, zal er wel iets mee te maken hebben. Het is chique om met de armoezaaier Van Gogh uit te pakken.

De armoezaaier en Van Gogh Platina

En Van Gogh en ons samenwerkingsverband? Al vijf jaar probeer ik een rekening te openen in Brazilië. Voor de weinige instituten die me voor mijn werk willen betalen, is er zo’n rekening nodig in het land zelf. Maar tot nu toe was het keer op keer onmogelijk. De verantwoordelijke ‘internatioanle relaties’ verzekerde me dat hij het kon regelen. Ik moest wel speciaal naar de hoofdzetel van het Instituto Federal in Juiz de Fora komen. En zo geschiedde. Eerst plechtige ondertekening van het contract met de rector van het Insituut. Nadien gaan we voor een nieuwe poging naar de bank Santander. Tot mijn verbazing heet de afdeling voor mensen die prioriteit krijgen in de behandeling… Van Gogh. En de master- en Visacard hebben de welluidende naam: Van Gogh Platinum.

Guarani en de Gaúchos

Tijdens de bureacratische afhandeling krijg ik koffie met suiker van het merk ‘Guarani’van Grupo Tereos. Juist, ja, het gaat om de gestolen naam van de Guarani, het volk dat in Mato Grosso do Sul verdreven wordt voor monocultuur suikerriet voor onze ‘groene’ ethanol en voor veehouderij (2). Omdat ze geen bestaansmogelijkheden meer hebben, moeten vele Guarani-mannen als suikerrietkappers door het leven gaan.( 3) De arbeid schurkt zowaar aan tegen slavernij. Toch wel een heel ander leven dan in vrijheid in het bos lopen, pinhão oogsten, Erva Maté en maniok planten.

Op het pakje suiker staat: ‘Por um mundo mais sustentável’/’Voor een meer duurzame wereld’. ‘Duurzaam’ waar hebben we dat nog gehoord? Duurzame palmolie. Duurzame soja. Duurzaam FSC-hout. Duurzame ethanol. Wat nog?

Het gebruik van de Erva Maté (thee) en de chimarrão (kalebas om deze thee te drinken) werd ook ‘geleend’ door de Gaúchos, de afstammelingen van Europese imigranten in Rio Grande do Sul. Vanaf de zeventiger jaren van de twintigste eeuw trokken ze met hun thee en chimarrão doorheen Brazilië. Met hun sojamonocultuur om overal ‘ontwikkeling’ te zaaien. Tot nu aan de nieuwe fronteira agrícola: MATOPIBA: Maranhão-Tocantins-Piauí-Bahia. De laatste restjes Cerrado moeten zo nodig gekoloniseerd worden. De volkeren en hun eeuwenoude cultuur moeten er ophoepelen om vervolgens ‘ontwikkeld’ te worden.

Bij het verlaten van Juiz de Fora staat er een wegwijzer: ‘Parque Guarani’. Bij nader onderzoek blijkt het geen park te zijn en heeft het niets met de Guarani te maken. Het gaat om een ordinaire wijk, maar geef toe: het klinkt wel goed.

Vincent Van Gogh incarneerde in de realiteit van de uitgebuite mijnwerkers. Bij het buitengaan van de bank zie ik een winkel met de naam ‘incarnação’. Incarnatie. Ja, de commercie maakt zich telkens opnieuw meester van iconen en heilige namen om vervolgens winst te maken. Incarnatie, aanwezigheid, presentie, onderdompeling in het ondermaanse, in het vlees is toch wel iets heel anders.

Luc Vankrunkelsven,

Juiz de Fora, 28 juni 2016.

(1) zie artikel ‘Brasília louco de Jesus’ in boek ‘Oásis. Grond-kracht voor een nieuwe lente.’ Wervel, 2016.

(2) Voor boycot rundsvlees uit Mato Grosso do Sul, zie: http://www.cimi.org.br/site/pt-br/ ; http://radioyande.com/ ; https://www.facebook.com/aty.guasu ; https://www.facebook.com/aty.guasu

(3) Zie de film van An Baccaert: ‘De donkere kant van groen’, die we hier in Brazilië gebruiken als ‘A sambra do delírio verde’.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Brazilië en zijn diversiteit aan religies

Biodiversiteit, agrobiodiversiteit, diversiteit aan talen en diversiteit aan bevolkingsgroepen hangen samen.

Officiëel is Brazilië nog een katholiek land, maar hoe zit dat met de diversiteit aan religies?

Religies alomtegenwoordig

Een vrouw uit Brussel vroeg me om iets af te geven aan haar zoon. Hij woont in de bergen tussen São Paulo en Rio de Janeiro. Meer wist ik niet, maar ik zegde toe om de tournee even te onderbreken. Bus São Paulo-Taubaté. Bij aankomst staat aan het busstation een moskee met twee fiere minaretten. We zijn in Brazilië!: heilige plaatsen van Candomblé en Umbanda (religie van afrodescendentes/voornamelijk afstammelingen van gedepordeerde slaven uit Afrika), diversiteit aan ceremonies van de oorspronkelijke volkeren (gemakshalve ‘indianen’ genoemd), Hara Krishna, boeddhisten (ik bezocht ooit een
klooster van hen in Ouro Preto), zo nu en dan een moskee, katholieke kerken en vooral een groeiend aantal Pinksterkerken met de meest vreemde namen. Niet bij te houden, want er verschijnen er in het straatbeeld steeds nieuwe. Het feit dat je als erkende kerk geen belastingen moet betalen zal hier wel niet vreemd aan zijn. Wat de Candomblé en Umbanda betekenen voor de meer volkse bevollkingsgroepen, zijn de spiritisten eerder te vinden bij de middenklasse. Opmerkelijk: gesticht in de 19e eeuw door de Fransman Alain Kadec, zijn er in Frankrijk nog amper spiritisten te vinden. In Brazilië is de stroming springlevend met duizenden aanhangers. Tenslotte is er nog de loge, vooral te vinden bij de elites. Het zijn zij vooral die in 1888 het keizerrijk deden imploderen om een onafhankelijke republiek Brasil te stichten (met de slogan en vlag ‘Ordem e progresso’: orde en vooruitgang). Hun macht is nog zeer reëel, alhoewel meestal onzichtbaar. Zo wordt nu door nogal wat waarnemers gesteld dat de recente machtsovername vanuit de loge georchestreerd is. President ad interim, Temer, is Libanees, maar ook één van de leidende figuren in de loge van Brazilië. Uiteraard is het niet alleen de loge die de macht greep. De drie b’s in het parlement kennen ook wel wat van machtsspelletjes: b1 van ‘boi’ voor de agrobusiness, b2 van ‘bíblia’ vooor de evangelische kerken, b3 van ‘bala’ voor wapenlobby en repressie.

Santo Daime
Na een uur autorit tussen opvallend veel Eucalyptusaanplantingen komen we in een gebergte aan. We passeren eerst een
Hara Krishnagemeenschap met heel wat bezoekers. Groot is mijn verbazing als ik onverwachts in een gemeenschap van de ‘Santo Daime’-kerk (1) terecht kom. In deze religie staat het drinken van de Ayahuasca centraal, een thee gemaakt van de slingerplant Cipó Jagube en van de Rainha, een struik verwant met de koffieplant. De religie ontstond tussen de rubbertappers van Acre. De stichter is meer bepaald mestre Raimundo Ireneu Serra (1890-1971). De thee met geestesverruimende krachten is een erfenis van vele inheemse volkeren uit de Andes en van het Amazonegebied. De omvorming in Santo Daime maakt dat de religie nu ook in vele steden verspreid is, tot en met in Europa. Respect voor de natuur en voor het universum staan centraal. De actuele, kortzichtige vernietiging van ecosystemen voor geldelijk gewin zijn voor hen dan ook een gruwel.

De gemeenschap maakt mooie muziek en heeft duizenden hymnen die, met het drinken van de Ayahuasca, in trance gezongen worden. Vrouwen en mannen bewegen in kringen tegenover elkaar, omwille van hun visie op vrouwelijke en mannelijke energie. Het gaat om een syncretisme tussen inheemse tradities, afro-elementen en christelijke tradities. Op de kerk staat dan ook een dubbel kruis (zoals de katholieke kannunikessen van het Heilig Graf hebben!) en in de kerk hangen heel wat beeltenissen van katholieke heiligen. De nacht voor ik aankwam, hadden ze meer dan 12 uur gedanst voor het Sint-Jansfeest. Als ik vertrek wordt er gezongen en gedanst voor het Sint-Petrusfeest.

Het valt me op dat er veel gerookt wordt: tabak maar ook hennep (met minder THC dan in Europa, maar verboden in Brazilië), af en toe ook het blad van de Rainha. Er wordt ook gesnoven. In tegenstelling tot wat ik in Averbode leerde kennen, is het geen tabak, maar een mengeling van tabak met de asse van boomschors van de palpelaria. Met een buisje blazen ze het goedje in elkaars neusgaten. Zoals de Ayahuasca is ook dit een duizenden jaren oude traditie van de oorspronkelijke volkeren.

Het is evident dat de gevestigde kerken uit de joods-christelijke traditie het verspreiden van deze ‘natuurkerk’ met argusogen bekijken. Met hun sterk antropocentrische visie en praktijk (de mens en zijn God centraal) zouden ze van deze beweging nochtans heel wat kunnen opsteken om ecologische spiritualiteit te integreren. De laatste encycliek van paus Franciskus gaat gelukkig in die richting.

Luc Vankrunkelsven,

Pindamonhangaba, 24 juni 2016.

(1) Meer info over de opgang van deze ‘ecologische kerk’: http://www.santodaime.org , http://www.mestreireneu.org

Zie ook de boeken van de Braziliaanse benedictijn Marcelo Barros: “De spiritualiteit van water”, Averbode 2006 en “Hemel en aarde huwen”, Averbode 2010.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Zica-virus en de vernietiging van ecosystemen

Wat hebben chemische landbouw en epidemies à la Zika met elkaar te maken

Ziehier, een vermoeden van verband.

Sinds mijn vertrek naar Brazilië zijn velen bij de achterban geïnteresseerd/bezorgd om de onzekere politieke situatie in het opkomende BRICS-land, dat weer aan zijn neergang begonnen is. Ook wordt nieuwsgierig geïnformeerd naar de Zika-ramp.

In de gesprekken hier komen beide thema’s veel aan bod, zij het dat de Zika-angst minder aanwezig is. Sommigen stellen zich de vraag of er geen verband bestaat met het heersende landbouw: een exportmodel dat het land ontbost en omtovert in giftige monocultuur. In de 19e eeuw was er een serieus probleem van gele koorts in Rio de Janeiro. Er was toen een duidelijke link met ontbossing, gekoppeld aan het gebrek van sanitaire voorzieningen in de grootstad. In Rio was de temperatuur ook serieus gestegen, wegens de ontbossing voor de koffieteelt, richting Europa. De toenmalige keizer beval dan ook herbebossing met inheemse bomen op de bergen van Tijuca. Het is nu al 150 jaar één van de grootste stadsbossen ter wereld. De temperatuur in de stad werd terug draaglijker.

Giftige monocultuur. Muggen op de vlucht

En wat maken we nu mee? Massale ontbossing en inplanting monocultuur soja, maïs, suikerriet, katoen. Gevolg: Brazilië is sinds een zestal jaren nummer 1 in het gebruik van pesticiden. Agrotóxicos, zoals ze het hier treffend zeggen: agro-vergif. Veneno/venijn/vergif. De agrobusiness heeft het verhullend over phytosanitaire producten, gewasbeschermingsmiddelen en andere eufemismen. Gevolg? De fauna in de rivieren sterf af. Er zijn bijna geen vissen meer om de muggenlarven op te eten. En de muggen zelf hebben te weinig bos en moeras om in te vertoeven. Ze migreren massaal naar de steden. De mensen vluchtten al eerder met miljoenen naar die steden. Dan hebben we’t over de zogenaamde plattelandsvlucht/éxodo rural. Omwille van het wonder dat de sociale bewegingen hier de ‘conservatieve modernisering’ van de landbouw noemen. De zogenaamde ‘Groene’ Revolutie van de militaire dictatuur en haar naweeën tot op vandaag.

Vermijd stilstaand water

In deze steden worden al jaren campagnes opgezet om de mug te bestrijden, die de denghe en nu de zika verspreidt. Eén van de basisregels is: stilstaand water vermijden. Daarom is het aangeraden om geen oude autobanden of schotels te laten rondslingeren. Daar kan bij regenval water in blijven staan, ideaal voor muggeneitjes. Al deze inspanningen komen nu onder druk te staan, wegens de chronische waterproblemen in bijvoorbeeld São Paulo. Wat gaan mensen doen? Juist, ja, water opslagen in allerlei recipiënten op het moment dat de kraantjes nog eens lopen. Ideaal voor de muggen om eitjes in te leggen.

Muggen zijn er altijd geweest. Ziektes ook, maar door de vernietiging van ecosystemen is het evenwicht zoek en geraakt de overheid de controle over epidemies kwijt. Zowel op het platteland als in de steden moet steeds meer gif ingezet worden. Zoals de vliegtuigen gif spuiten over de velden, zo stelt de agrolobby nu voor om ook vliegtuigen met gif over de steden te laten vliegen. Om zika te bestrijden. Zijn we dan niet de waanzin nabij? De nieuwe regering, na afzetting van president Dilma, is dan ook sterk geliëerd aan de expansieve agrobusiness, gebaseerd op geïmporteerd gif en in dienst van buitenlandse markten. Europa bijvoorbeeld.

“Wat Bayer doet, is goed”

Ondertussen probeert Bayer Monsanto te kopen voor 55 miljard dollar. Het bod is voorlopig afgewezen, wegens te weinig geld. Als Bayer er alsnog in slaagt, heeft de multinational àlles: koploper in genetisch gemanipuleerde zaden, gekoppeld aan chemie van het eigen concern; pharmacie en schoonheidsproducten. Meegenomen is dan ook dat de slechte naam van Monsanto verdwijnt, want in Brazilië heerst het gezegde ‘Bayer é bom’. Alles wat Bayer doet, is goed voor ons. Duitse degelijkheid!

Zouden we niet beter ecosystemen en biodiversiteit herstellen? Dat is goedkoper en maakt minder afhankelijk van de Duitse ‘goedheid’. Agroecologie kan daar bij helpen. Ook daar zijn Brazilianen kampioen in. Er zijn al vele voorbeelden. Oases. Laten we ze cultiveren en met elkaar verbinden.

Luc Vankrunkelsven,

São Paulo, 21 juni

(begin van de lente in Europa, begin van de uitbundige Sint Jans-junifeesten in Brazilië)

Posted in Uncategorized | Leave a comment

afscheidsritueel Dom Tomás Balduino bij de KRAHO

Zie ook toespraken en rituelen begrafenis Dom Balduino bij de KRAHO; in aanwezigheid van Dom Eugênio Rixen, opvolger van Dom Tomás Balduino:

https://www.youtube.com/watch?v=N_Zl79aTGvw en

https://www.youtube.com/watch?v=APTejLrMOsQ

Posted in Uncategorized | Leave a comment