Esperança! Hoop!

Ik eindig mijn tournee in Rio de Janeiro. Tal van hoopvolle mensen en initiatieven mocht ik leren kennen, ondanks de moeilijke economische en politieke situatie van het huidige Brazilië. Er gaat geen dag voorbij, of het TV-nieuws gaat vooral over corruptie (1).

Het woord ‘hoop/esperança’ duikt hier overal op: van scholen die Esperança in hun naam dragen, over boerderijen (sítios en fazendas) tot en met ‘rapadura esperança’ (= een ruwe verwerking van suikerriet). Het is niet toevallig dat dit woord hier zoveel voorkomt, want het behoort tot de kern van de Joods-Christelijke traditie. En beweert Brazilië nu net niet van heel ‘katholiek’ te zijn? Dat katholieke wordt de laatste decennia wel zeer bedreigd door de evangelische christenen, die dikwijls bijzonder intolerant zijn. Je zou er je geloof en hoop in de mensheid bij kunnen verliezen: zo overtuigd van het eigen gelijk dat die zijn!

Van Geweld naar Hoop

In 1949 schreef de marxistische filosoof Ernst Bloch ‘Das Prinzip Hoffnung’/’Het princiep hoop’, als een antwoord op ‘Het princiep geweld’ van Heraclitus uit de Griekse oudheid. In de loop van de eeuwen werd ‘Hoop’ sterk benadrukt: bij wijze van spreken ‘van Augustinus tot de Franse Revolutie’ (2). En dus veel in Brazilië. Tijdens het congres Agroecologia in Brasília had ik over deze alomtegenwoordigheid een kort gesprek met iemand die eerder vanuit het boeddhisme geïnspireerd wordt. Hij zei nogal confronterend: “We moeten de mensen de hoop afnemen. Dan komen ze pas in beweging. Anders wachten ze gewoon af, want Deus/God zal alles wel in orde brengen.” Ik hoorde het in Keulen donderen en was eerst geshockeerd, om dan te begrijpen wat hij bedoelt. ‘Esperança’ heeft in het Portugees dezelfde wortel als ‘esperar’: wachten, verwachten, afwachten, hopen. Voor het Nederlands gaat dat niet op, maar ja, in Brazilië geeft de verwantschap aan tot doordenken. Ik hoor inderdaad veel anecdotes van deze afwachtende, gelaten houding. God of de overheid zal er wel voor zorgen. Neem nu bijvoorbeeld boeren die vanuit een project Cerradovruchten ontvangen om te planten. Ze verkopen de opbrengst en wachten dan af tot de overheid terug met zaden over de brug komt. Nochtans zou je verwachten dat zo’n injectie de aanzet is om zélf aan het vermeerderen te gaan. En zo zijn er nog tal van voorbeelden.

Genade?

Eigenlijk gaat het om de eeuwenoude discussie over de verhouding tussen wat je gegeven wordt, wat je overkomt (dat oude, maar toch mooie woord ‘genade’) en wat je zelf te doen staat. Je daden. Alsof er een tegenstelling is tussen het leven dat je gegeven is en het leven dat je tot stand dient te brengen. José Comblin, één van de aartsvaders van de bevrijdingstheologie, had het over ‘esperar contra toda esperança’/’hopen tegen alle hoop in’. De kikker moet niet blijven zitten totdat hij langzaam gekookt wordt. Hij kan uit de pan springen.

Ondanks deze kritische bedenking is de drijvende kracht van Hoop me bijzonder dierbaar (2). We eindigen in Brazilië dan ook dikwijls een toespraak met de tekst van Vaclav Havel waarin hij het verschil uitlegt tussen (gemakkelijk) optimisme en hoop. Hoop, die je in beweging kan zetten. Niet onbelangrijk om dit onderscheid te thematiseren in een land, waar het volk tot de meest ‘optimistische’ volkeren ter wereld behoort. Laat me daarom toch maar afsluiten met deze sterke tekst, die doorgaans iemand van het gezelschap voorleest:

Hoop (3)

Diep in onszelf dragen wij hoop;

als dat niet het geval is, is er geen hoop.

Hoop is een kwaliteit van de ziel

en hangt niet af van wat in de wereld gebeurt.

Hoop is niet voorspellen of vooruitzien.

Het is een gerichtheid van de geest,

een gerichtheid van het hart,

voorbij de horizon verankerd.

Hoop in deze diepe en krachtige betekenis

is niet hetzelfde als vreugde omdat alles goed gaat

of je bereidheid je in te zetten voor wat succes heeft.

Hoop is ergens voor werken omdat het goed is,

niet alleen omdat het kans van slagen heeft.

Hoop is niet hetzelfde als optimisme,

evenmin de overtuiging dat iets goed zal aflopen,

wel de zekerheid dat iets zinvol is

ongeacht het resultaat.

Vaclav Havel (1936-2011)

Schrijver, Ex-president van Tjechië

Luc Vankrunkelsven,

Rio de Janeiro,

1 oktober 2017.

(1) http://www.mo.be/analyse/jo-o-doria-als-braziliaanse-trump-ik-h-ef-niet-corrupt-te-zijn-ik-ben-al-rijk

(2) Zie verder: http://eduardohoornaert.blogspot.com.br/2017/09/o-papa-francisco-na-colombia.html

(3) Het leeft ook bij ons. Zie bv. dit ‘Concert van de hoop’ op 26 december 2017; voor oorlogsvluchtelingen uit Syrië en Irak: https://www.facebook.com/events/127573061143655/

(4) ‘k Zet graag ‘realiteit’ tussen ‘optimisme’ en ‘hoop’. Daarom dat het boek ‘Legal! Optimisme – realiteit – hoop’, Wervel, 2012, deze titel kreeg.

Advertisements
Posted in Uncategorized | Leave a comment

Wij zijn allen migranten

In de autobussen las ik een historische roman van Ana Veloso, De ranken van de passiebloem.(1) Het is een meeslepend werk, dat een licht werpt op de eerste golf Duitse migranten in Brazilië. Anno 1822 roept de prins-regent Dom Pedro I Brazilië uit tot een onafhankelijke staat. Zijn vrouw is de Habsburgse aartshertogin Leopoldina. Zij is de drijvende kracht achter de immigratiepolitiek die Brazilië zal gaan voeren: heel gericht worden Europese boeren en arbeiders geworven, niet alleen om het dun bevolkte zuiden te ontginnen, maar ook om de felbevochten grensgebieden (Argentinië, Uruguay, Paraguay) van hun nieuwe vaderland te verdedigen.

Europa zendt haar zonen en dochters uit

Anno 1824 komen de eerste Duitse migranten aan en stichten Leopoldina, één van de vele Duitse kolonies. Later zullen Italianen volgen, Polen, Oostenrijkers, Nederlanders, Japanners, Oekraïners, Armeniërs, Syriërs, ja, zelfs IJslanders. Vele hongerige Europeanen werden door propagandisten verleid om zich naar ‘Paradijs Brazilië’ te laten verschepen. Een ware transatlantische mensenhandel ontstond. Velen kwamen er bekaaid van af. Anderen slaagden er in om een nieuw leven op te bouwen. Vanwege uitzichtloze armoede en honger (o.a. de aardappelziekte!) verhuisden tussen 1846 en 1924 vijfenvijftig (55!) miljoen Europeanen naar de Amerika’s, Australië, Nieuw-Zeeland, zuidelijk Afrika en Siberië. In een eeuw tijd was in 1930 het blanke deel van de wereldbevolking gegroeid tot 35 %. Het volstaat om de musea te bezoeken van Red Star Line in Antwerpen, van de immigrant op Ellis Island (New York) of het museo do immigrante in São Paulo, om een vermoeden te krijgen van de omvang van dit fenomeen (2).

Europeanen zijn migranten

Europeanen zijn zelf een volk van migranten. Denk maar aan de invasies van de Hunnen en de Germanen. Heel wat bloedlijnen komen in ons Europese lijf samen. We organiseerden ook zelf duchtig migraties. Na de mijnramp van Marcinelles in 1956 gaf de Italiaanse overheid niet meer de toelating om in België te gaan werken. Te veel slachtoffers! Dus gingen onze Belgische migratiediensten in Marokko en Turkije duchtig op zoek naar arbeiders. Alweer propaganda. De affiches van die tijd bestaan nog. Ondertussen moeten we van die migranten niet meer hebben, laat staan van Afrikaanse of Syrische politieke vluchtelingen. Vreemd, als je bedenkt dat honderd jaar geleden, tijdens de Eerste Wereldoorlog, meer Belgen naar Nederland en Groot-Brittannië vluchtten dan dat er de laatste jaren aan vluchtelingen Europa binnenstroomden. Ons geheugen is kort.

Etnocide in Amerika

Als we nog wat verder in de geschiedenis terug gaan, dan migreerden in de 16e eeuw Portugezen en Spanjaarden om ‘Latijns’-Amerika te bezetten en te exploiteren. Hun lot was niet zo dramatisch als dat van de Duitse migranten drie eeuwen later. Het waren heren-migranten, die de oorspronkelijke bevolking decimeerden. In hun kielzog kwamen ook wel armen mee, die probeerden te overleven op kleine bedrijfjes of in dienst van de heren. In Brazilië leefden toen naar schatting 1400 volkeren; ongeveer 2,431 miljoen mensen. In de Vallei van de Rio São Francisco (tussen de huidige staten Bahia en Pernambuco) ging het toen om 100.000 mensen. Wie hoorde ooit over: Kariri, Xucuru, Pankararu, Rodelas, Pipipã, Exu of Ichu, Pimenteira, Tamanquim, Uma-Vouê, Quesque, Fulniô, Garanhum, Chokó, Ansus of Anchus, Akroás, Anaupirás, Arakapás, Ararobá, Arikobés, Avis en Pipipans, Porús en Brankararus, Karacus, Karapotó, Karaíba, Kariris, Karipós, Ichuz, Mokoazes, Mariquitos, Omaris, Paraquiós of Paatiós, Tamaqueús of Tamaquiúz, Tuxás, Umâes, Umãs of Inhamuns, Xokós, Xukurus of Xokurus? (3) Durf je na deze opsomming gemakshalve nog over ‘indianen’ spreken?

Van deze enorme diversiteit aan volkeren resteren er vandaag nog tien groepjes in Pernambuco. Europese migratie of etnocide?

Migratie van het platteland

De ‘Internationale Vredesdag van de Verenigde Naties’ (21 september) had het dit jaar over ‘migratie’ (4). De ‘Veertiendaagse van de internationale solidariteit’ van de Stad Brussel in oktober heeft al dan niet toevallig hetzelfde thema. Als een nazinderen van deze vredesdag werd ik uitgenodigd voor een debat in favela Babilônia, Rio de Janeiro. In Brussel organiseren we met Wereldwinkel Brussel en Wervel een activiteit in de Hoofdstedelijke Bibliotheek ‘Munt’ over de ‘migratie van ons voedsel’. Migratie in de geschiedenis en gesleep met honderden miljoenen tonnen ‘commodities’ in de huidige tijd.

In Rio de Janeiro hebben we het over de ‘éxodo rural’, de migratie van miljoenen plattelanders naar de steden. Naar de favela’s vooral. Omdat de boerenlandbouw kapot gemaakt werd. Het is een fenomeen dat we in Brazilië kennen, maar neem nu ook eens de migraties van Afrika richting Europa. Ze vluchten van het boerenleven naar de overvolle steden en dan verder naar uitstalraam Europa. Alweer propaganda, maar dan op TV. Paradijs Europa. Er zullen wel vele redenen zijn, waarom ontelbare mensen migreren, maar voor enkele oorzaken dragen de Europeanen zelf verantwoordelijkheid. Dan wil ik het nog niet hebben over de wapens die we leveren. Wapens om de talloze militaire conflicten te voeden. Nee, er zijn nog andere wapens: graan, melkpoeder, ingevroren kippenbillen, uien (5). Industriële visvangst voor de Europese consument. Ieder op hun manier vernietigen ze de plaatselijke economie. Doordat de Europese Unie structureel meer dan 30 miljoen ton (te) goedkope, overzeese soja invoert, verdween het eigen graan uit het veevoer. (De invoer in de EU betrof in het seizoen 2015/’16 14,6 miljoen ton sojabonen en 19,9 miljoen ton sojameel; een totaal van 34,5 miljoen ton.) Gelijktijdig, door de chemisering van de landbouw steeg de laatste decennia de opbrengst per hectare. Gevolg? Europa dumpt structureel jaarlijks 20 tot 30 miljoen ton tarwe op de wereldmarkt. Vooral richting Afrika. Zo wordt na de Pax Romana, de Pax Americana, ook de Pax Europea opgelegd via tarwe. Door het brood van het Noorden. Brood en Spelen. Tarwe dat in de meeste Afrikaanse landen niet kan geteeld worden, maar hun smaak werd omgeturnd door de goedkope tarwe. Deze landen zijn nu afhankelijk van tarwe-import uit het Noorden. De plaatselijke boerenlandbouw met streekeigen producten wordt zo kapot geconcurreerd. Je zou voor minder migreren. Ondertussen krijgen de achterblijvers noodhulp: tarwe en maïs van de Amerikaanse en Europese overschotten. Omdat deze migratie een wereldwijd fenomeen is, besliste FAO (de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties) om haar werking anno 2018 ook deels in het teken van deze migraties te zetten (6).

De Belg Pol D’Huyvetter doet zijn bijdrage met zijn vredeswerk in de conflictueuze context van Rio de Janeiro (7). De Belgische Consul-Generaal in Rio vond het dan ook de moeite waard om aan deze avond in Babilônia deel te nemen. Er zijn zo wereldwijd tal van hoopvolle initiatieven die de Babylonische spraakverwarring van ‘news’ versus ‘fake news’ proberen te ontkrachten. Met concrete praktijken, in eigen levensstijl en politiek engagement.

Luc Vankrunkelsven,

Rio de Janeiro, 30 september 2017.

(1) Ana Veloso, De ranken van de passiebloem,Dwarsligger, 204, Unieboek, 2012. Oorspronkelijke titel: Das Mädchen in Rio Paraïso, München, 2009.

(2) Zie: ‘Europa exporteert zijn problemen’, in: Voeding verknipt, Wervel, 2014.

(3) Ferraz, S; Barbosa, B.F., Sertão: fronteiro do medo (De Sertão, frontlijn van schrik),Recife: UFPE, 2015.

(4) http://www.un.org/en/events/peaceday/ en https://www.brussel.be/veertiendaagse-van-de-internationale-solidariteit-2017

(5) Zie onze film ‘Koe nummer 80 heeft een probleem’ (2007), in vijf talen: (https://www.youtube.com/watch?v=MWxV27OZISk) en ‘Gekke kippenziekte/A Anomalia Aviária’ (https://www.youtube.com/watch?v=XOO0KoCsdf0).

(6) http://www.fao.org/fsnforum/activities/discussions/SOFA_migration

(7) https://www.tripadvisor.com.br/Restaurant_Review-g303506-d6802677-Reviews-Estrelas_Da_Babilonia-Rio_de_Janeiro_State_of_Rio_de_Janeiro.html

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Laatste deel van de “Campos en Cerrados” kroniek, door Rubem Alves:

Onderstaanade tekst kan gelezen worden i.v.m. het artikel ‘Homogeniserende Pinus en de Amerikaanse hegemonie’ op deze blog:

“Ze adviseerden me om die nutteloze velden productiever te maken. Ze vertelden me dat de Cerrado moest worden verbrand, om plaats te maken voor een bos van Amerikaanse dennen. Ze legden me uit dat deze den heel snel groeit en dat er binnen een paar jaar bomen kunnen worden gekapt en omgezet in goede winst. Ik liep door een bos van Amerikaanse dennen, Pinus. Ik was bang. Donker. Totale stilte. Geen vogel die sjilpt. Zij komen daar niet. Ik denk dat ook zij bang zijn. De grond is bedekt met een compacte laag van droge bladeren, zo compact dat er niets groeit, niet eens tiririca (een hardnekkige grassoort). En ik bleef maar denken aan de kromme en ruwe bomen van de Cerrado, en het leven dat in hen leeft. Ik dacht na over het lot van guabirobeiras, de wilde bloemen, de bijen … en concludeerde dat mijn ziel een Cerrado is, en niet een Pinusbos . Ze hebben me ook aangeraden om de grassteppe te branden om bonen te planten. “Bonen geven goed geld”, stelden ze. Maar vooraleer dit te doen, moest ik een gesprek hebben met de kleine bijna onzichtbare bloemen, de kleine insecten, de kleine vogels, de spinnen en hun spinnewebben. En ik had de moed niet. Mijn ziel is een grassteppe, want die kwam uit de moederschoot van moeder natuur, maar het is geen winstgevende plantage. Doen wat me werd geadviseerd zou een grote en goddelijke symfonie omvormen tot een monotone samba van één muzieknoot … “Niet alleen van brood leeft de mens”, zeggen de heilige teksten. We hebben schoonheid en mysterie nodig, alsook het mystieke gevoel van harmonie met de natuur, waaruit we zijn geboren en waarnaar we zullen terugkeren.

Zolang het aan mij ligt, zullen de grasvlaktes blijven bestaan. Zolang het aan mij ligt, zullen er wilde dieren blijven. Omdat ik bang ben dat als ze worden vernietigd, ook mijn ziel het zal begeven. Ik zal net als de dennenbossen, bruikbaar zijn en dood. Ik zal zijn zoals de winstgevende plantages, bruikbaar en zonder mysteries. Ik vroeg me af of het dit is wat de vooruitgang en het onderwijs met onze ziel doet: het transformeren van de wilde schoonheid die in ons leeft in de monotone bruikbaarheid van monoculturen. Het is geen wonder dat, hand in hand met rijkdom, ook een ongeneeslijk verdriet aanwezig is. ‘

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Koning auto in Brazilië

Sinds de regering Temer aan de macht is, is het overal besparen en kortingen geblazen. Vooral in sociale sectoren, maar ook in het onderwijs. De corrupte verhoudingen tussen economie en politiek blijven ondertussen rustig doorgaan.

Gratis

Ik trek nu al jaren in dit immense land rond en het blijft me bevreemden hoe ik overal met open armen ontvangen wordt. Als was ik een oud-koloniaal. Er wordt namelijk nog altijd naar Europa opgekeken. De koloniale erfenis zit diep in de geesten verankerd. “Wat die komt zeggen, zal wel waar en goed zijn. Hij is van Europa!”, terwijl ik hier in dialoog meer krijg dan ik kan geven. Als ik dan vraag of er een vergoeding kan tegenover staan, dan is het meestal: ‘Oei, dat lukt niet. Te veel bureacratie.” Of: “Besparingen. Besparingen. We kunnen je wel laten ophalen of ergens heen brengen met één van onze chauffeurs.” Dit refrein geldt zowel voor universiteiten als voor hogescholen. Bij bewegingen of NGO’s stel ik zelfs de vraag niet.

In België proberen ze sprekers ook altijd af te schepen met “Het is toch wel gratis?”, maar daar lukt het uiteindelijk (meestal) wel om Wervel een factuur te laten maken. Voor bewezen diensten. Soms lukt het me in Brazilië om op zijn minst een busticket terug te laten betalen.

Duurzaam?

Het is moeilijk om dit fenomeen als gringo, als buitenlander, in vraag te stellen, maar ik doe het toch maar even. ‘k Wil natuurlijk de chauffeurs of anderen hun werk niet afpakken, maar dit systeem van sprekers en professoren rond rijden, kan toch moeilijk duurzaam genoemd worden. Soms rijdt een chauffeur 200 km om mij op te halen en nog eens 200 km. om mij te vervoeren. Ik zeg dan al lachend dat dit meer dan de helft van mijn land, België, is, maar eigenlijk kan ik er niet om lachen. Ook al ben ik nu idoso (je bent hier ‘ouderling’ vanaf 60 jaar; dan moet je niet meer voor de metro betalen en als het WC in de busstations nog moet betaald worden, dan is het voor de idoso gratis), toch rij ik liever met de bus dan gevoerd te worden als een prins. Een arme prins dan, die liever zou vergoed worden voor zijn werk.

“Nee, wij hebben motoristas en we zullen je komen halen.” De gastvrijheid blijft wel overweldigend. Ik verblijf meestal bij de mensen, die me uitnodigen. Da’s bijzonder aangenaam en vergoedt in zekere zin het gratis werk voor de internationale dialoog. Hotels horen daar zelden bij.

Luc Vankrunkelsven,

Belo Horizonte, 25 september 2017

Posted in Uncategorized | Leave a comment

De naakte negerin

We rijden ‘s ochtends vroeg van Tabuleiro do Norte naar Redenção/Bevrijding. Onderweg rijden we tussen immense caju-bomen. De meeste trotseren de droogte. Een aantal gaven het toch op. De mensen oogsten zowel de ons bekende cajunoot, als het vruchtvlees voor fruitsap. Een boom die er opvallend fris uitziet, is de Neemtree uit India. Het is een tijd geleden blijkbaar een rage geweest om deze boom in steden en langs de wegen op het platteland te planten. Te veel, zo blijkt, want bijen sterven van de natuurlijke insecticide en vogels ontwijken de boom. Ze zullen er nooit een nest in maken. Indiërs gebruiken al eeuwenlang de diverse kwaliteiten van Neem, o.a. de natuurlijke insecticide van de bladeren. De Brazilianen doen dit nu na, maar teveel is teveel. Overal zie je hier nu deze boom met zijn witte bloesem opdoemen.

Bevrijding

We rijden Redenção binnen en worden verwelkomd door een aangrijpend kunstwerk ‘Negra nua’/’Naakte Negerin’. Mijn nieuwsgerigheid wordt gewekt. Het is voor de Nederlandstalige lezer politiek incorrect om over ‘negerin’ te spreken, maar in Brazilië ligt dat anders. ‘A cultura negra’ is een kwestie van identiteit. Afro-cultuur. Wat verderop stoten we op een ‘Supermercado Abolição’/’Supermarkt Afschaffing slavernij’. En dan een wegwijzer met ‘Museo da Liberdade’. Wat verder: nog een beeld van een ‘negro’ die zich van zijn ketenen bevrijdt en een standbeeld van prinses Isabel. We zijn beland in ‘Redenção’/’Bevrijding’. Wat is hier aan de hand? Bovendien wordt hier het patroonsfeest gevierd van de heilige Rita, patrones van de hopeloze gevallen. Tien dagen lang uitbundig feest verzekerd!

Integratie van Portugees sprekende landen

Waarom wou ik absoluut naar Redenção? Het gaat om een oude droom. Lula richtte als president 13 nieuwe universiteiten op. De meest interessante is toch wel deze Unilab (Universidade da integração Internacional da Lusofonia Afro-Brasileira) (1). We hebben een onderhoud met de rector en bezoeken twee campussen in Redenção. Een derde campus situeert zich verderop in Acarape, ook in Ceará. Een vierde vestiging bevindt zich in São Francisco do Conde in Bahia. In totaal telt de nieuwe universiteiten 7200 studenten, waarvan 1000 uit Afrika. De partners zijn Brazilië, Portugal, Angola, Mozambique, São Tomé en Principe, Guiné-Bissau, Kaap Verde en Oost-Timor. Daar Afrika nu overspoeld wordt door monocultures soja, met de know-how van de Braziliaanse fazendeiros en van Embrapa (onderzoekscentrum landbouw van de Braziliaanse overheid) wou ik hier op zijn minst eens even verblijven. Mijn zorg: Embrapa zou niet alleen de agronegócio dienen in de Afrikaanse landen, maar ook de boerenlandbouw ondersteunen. Je raadt het: dat tweede luik kwam nooit van de grond. Wat zich in Brazilië voltrok en ‘modernisering’ van de landbouw genoemd werd, herhaalt zich nu in Afrika.

Met de studenten praten kwam hen nu niet goed uit, maar graag gaven we wat boeken voor de bibliotheek en een aantal om via facebook te verloten. Zo bereiken we hopelijk toch een aantal studenten uit Mozambique, want het Noorden van hun land wordt nu herschapen in één sojavlakte, in dienst van het veevoeder voor Eurazië. De medewerkers van de universiteit drukken ons op het hart dat zij alleen de gezinslandbouw willen ondersteunen.

Officieel afgeschaft

Het is niet toevallig dat deze universiteit een campus heeft in Bahia. Deze stad zou het hoogste aantal Afrikaanse afstammelingen hebben. Een ‘cidade negra’. En Redenção? Het wordt een beetje geromantiseerd, maar hier zou voor het eerst de slavernij afgeschaft zijn. Enkele jaren vóór prinses Isabel het systeem in 1888 officiëel naar het verleden verwees. Officieel? Ja, de abolitionisten waren niet zozeer geïnteresseerd in de afschaffing, maar waren vooral bezorgd dat goedkope arbeid verzekerd zou blijven. En dat was en is in orde. Massa’s mensen, vooral ‘negros’, zijn werkloos en bereid om slavenarbeid te verrichten, zonder dat het zo mag heten. Discriminatie blijft. Onverdraagzaamheid neemt sinds de coup van president Temer en zijn trawanten hand over hand toe. Niet alleen tegenover de Afro-Brazilianen, maar in het algemeen. De negr@s worden wel extra aangepakt. Zo worden de gebedsplaatsen van de Candomblé regelmatig door fundamentalistische, evangelische christenen met geweld ‘benaderd’. De bancada ruralista en evangelista (de fractie van de agronegócio en van de evangelische kerken) in het federale parlement hebben het voor het zeggen. Dat voel je niet alleen in Brasília, maar in heel de maatschappij.

En wat te denken van de Afrikaanse savannes die nu omgeploegd worden voor ons veevoer? Hier is geen slavernij voor nodig. Dat doen de machines wel met enkele arbeiders. De negros worden weggeploegd naar de slumps in de steden.

Wie is er het best aan toe: een onvrije slaaf die verzorgd werd, want hij was een kostenfactor of de werkloze zonder eten, die in vrijheid op straat probeert te overleven?

Luc Vankrunkelsven,

Redenção, 21 september 207.

(1) http://www.unilab.edu.br

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Van Katoen tot A-B-C-D en de commons

Een toespraak die ik hier soms in Brazilië gebruik. Anneleen Vos en Anneleen De Mello maakten er een powerpoint van (in het Portugees). Dank!

Katoen. De opkomst van de moderne wereldeconomie

Sven Beckert, Hollands Diep, Amsterdam, 2016

(Originele titel: Empire of Cotton, Vintage Books, New York, 2015)

De Amerikaanse historicus Sven Beckert werkte aan een indrukwekkend boek. ‘Katoen’ werd door The New York Times tot één van de tien beste boeken van het jaar uitgeroepen: “Meesterlijk (…) diepgravend en uitstekend geschreven. Katoen geeft nieuw inzicht in de meedogenloze expansie van het mondiale kapitalisme”. En nog even The Washington Post: “Te weinig hedendaagse geschiedschrijving is bestemd voor een breed publiek. Katoen weet deze brug wél te slaan en zou verslonden moeten worden, niet allen door academici en studenten maar ook door het brede publiek (…) Beckerts boek deed me verlangen naar een vervolg.”

Oorlogskapitalisme – industrieel kapitalisme

Op het eerste gezicht verwonderlijk: breed publiek en een boek van 762 bladzijden met 207 pp. register en voetnoten.

Toch is het ook mijn ervaring. Ik lees niet vlug zo’n dikke boeken, maar dit boek is zó fundamenteel om het ontstaan en de groei van het industriële kapitalisme te begrijpen, om inzicht te krijgen in de logica van de industriële landbouw, voedingsmultinationals, etc., dat het een ‘must’ is. Bovendien is het meeslepend geschreven en gedocumenteerd. Fundamenteel voor mij is de visie dat de auteur het onderscheid maakt tussen het oorlogskapitalisme (en niet de gangbare, zachtere term ‘handelskapitalisme’; zie voetnoot 1) en het industrieel kapitalisme. Hij toont bovendien aan dat dit zowel geldt voor het kapitalisme in loop van de geschiedenis als voor het momenteel ‘reëel bestaande kapitalisme’, al heeft hij het weinig over de laatste 80 jaar. Met medewerkers bestudeerde hij archieven in alle continenten, om zo het internationale netwerk te kunnen ontrafelen, dat vanaf eind 18e eeuw vanuit Europa werd gevlecht.

Van polycentrisch naar Eurocentrisch

Katoen wordt al meer dan 4000 jaar geteeld en verwerkt in Amerika, Afrika en Azië. Onafhankelijk van elkaar. Vooral Azië, met India (denk aan zijn mousseline en indiennes) en later ook China, was dé specialist in verfijnde katoenen stoffen. Hoe zijn Britse en later andere Europese, opkomende kapitalisten er in geslaagd om deze gedecentraliseerde productie te monopoliseren in ‘Noordelijke’ (onzichtbare) handen…, terwijl er in Europa geen vlok katoen kan geoogst worden!? Op korte tijd werd eind 18e – begin 19 e eeuw een katoenimperium opgericht, met Europa als spil. De meest prangende vraag voor historici is waarom eind 18e eeuw, na vele duizenden jaren van langzame economische groei, enkele delen van de mensheid plotseling veel rijker werden.

Katoen en het begin van de industriële revolutie

Ongeveer 900 jaar lang, van 1000 tot 1900 was de katoennijverheid de belangrijkste verwerkingsindustrie van de wereld. Hoewel de katoenindustrie nu is ingehaald door andere industrieën, blijft het product belangrijk voor de werkgelegenheid en in de wereldhandel. De wereldproductie was in 2013 goed voor 123 miljoen balen van elk ongeveer 180 kg.; voldoende voor 20 T-shirts per persoon. De East India Company importeerde al in 1621 naar schatting vijftigduizend stuks katoengoederen in Groot-Brittannië. Toch was dit nog marginaal in vergelijking met wat kooplieden uit het Midden-Oosten en India verhandelden. Zij hadden eeuwenlang de internationale handel in handen, maar dit zou gaandeweg veranderen, nu het Britse imperium zich steeds sterker over de planeet begon op te dringen. Het Ottomaanse rijk zou hierbij de grote verliezer worden.

Pas 150 later, in 1784, zou de eerste verwerking in Engeland opstarten.

De stelling van de auteur is nu dat de industriële revolutie ontstaan is vanuit de industriële verwerking van katoen. Vóór de stoomkracht dus!

Liverpool was rijk geworden als haven voor de slavenhandel. Gestoeld op deze rijkdom kon de opkomende katoenindustrie floreren. De initiatiefnemers kwamen dikwijls uit families met belangen in de overzeese slavernij. In 1784 verzamelde Samuel Greg in een fabriekje langs de oever van de Bollinrivier een paar nieuwerwetse spintoestellen, zogenaamde waterframes, een groep weeskinderen, huisarbeiders uit dorpen in de buurt, plus een voorraad Caraïbisch katoen. Greg gebruikte niet meer de menselijke spierkracht, maar vallend water. Hoewel bescheiden van omvang was zijn fabriek iets heel nieuws. Voor het eerst in de menselijke geschiedenis werd hier en langs een handvol andere rivieren in de omgeving garen gesponnen met machines die niet door mensenhanden werden aangedreven.

Gregs fabriek maakte deel uit van wereldomspannende netwerken en zou uiteindelijk leiden tot nog grotere veranderingen dan hij zelf kon voorzien. De grondstof die hij voor zijn bedrijf nodig had, kwam van verwante kooplieden uit Liverpool, die ze weer hadden gekocht bij schepen afkomstig uit Jamaïca en Brazilië. De wens van Greg om zelf textiel te produceren was voornamelijk ingegeven door de hoop zo de Indiase spinners en wevers van zowel binnenlandse als internationale markten te verdringen. En op de laatste plaats, maar zeker zo belangrijk, zou een groot deel van zijn productie het Verenigd Koninkrijk verlaten om de slavenhandel aan de Westkust van Afrika gaande te houden, zijn eigen slaven op het eiland Dominica te kleden en gebruikers op het vasteland van Europa te bedienen. Samuel Greg kon al die netwerken benutten, omdat Britse kooplieden daarin de overhand hadden.

Het gaat om een duivelse driehoek: a. Engeland (Liverpool) dat in

die tijd met zijn handels- en oorlogsvloot de zeeën beheerste, b. West-Afrika waar de Engelsen textiel ruilden voor slaven c. Amerika dat de slaven afnam in ruil voor balen ruwe katoen geteeld door slaven uit Afrika. De balen katoen als retourvracht richting Liverpool/Manchester waar de textiel werd vervaardigd. Scheepslading altijd verzekerd.

Met de hulp van opkomende natiestaten

De bijna magische, door waterkracht (en korte tijd later stoomkracht) aangedreven machines, onderhevig aan een onophoudelijke vernieuwingsdrang, bediend door loonarbeiders en mogelijk gemaakt door grote kapitaalaccumulatie en de bereidwillige ondersteuning van een nieuw soort staat, vormden de belangrijkste pijler van het nieuwe katoenimperium. Uit deze lokale kiem zou Engeland uiteindelijk een wijdvertakte wereldeconomie gaan overheersen en zich een van de belangrijkste industrieën van de mensheid toe-eigenen. Hier ontstond het industriële kapitalisme dat zijn vleugels zou uitslaan over de hele aardbol. Uit deze lokale kiem ontstond de wereld zoals de meesten van ons die kennen.

Duizenden jaren plantten volkeren hun katoen tussen en in evenwicht met voedingsgewassen. Onder druk van het Europese katoenimperium werden boeren in Azië en Afrika (bv. in Togo door de Duitsers) gedwongen tot monocultuur katoen, met soms grote hongersnoden tot gevolg. Zo stierven er in 1877 en ook nog eens in de jaren ’90 in Birar (India) en in het Noord-Oosten van Brazilië miljoenen mensen. Specialisering in katoen met zijn wispelturige prijzen was hier niet vreemd aan.

In het Zuiden van de Verenigde Staten was het systeem van in’t begin van de 19e eeuw gestoeld op monocultuur met immense plantages én op slavenarbeid. De Britten slaagden er lange tijd niet in om de Indische boeren te dwingen tot ‘monocultuur katoen’. Bovendien kregen de Britten geen vat op de Indische tussenhandelaren, die niet zomaar bereid waren om de katoen onverwerkt naar Europa te verschepen. Het was voor het katoenimperium met zijn katoenbaronnen in Engeland (en later op het Europese vasteland) belangrijk om een sterke staatsmacht te hebben, die boeren en arbeiders kan dwingen tot permanente aanvoer en productie. Het is dus geen toeval dat de 19e eeuw getekend wordt door opkomende natiestaten, een proletariaat in de honderden katoenfabrieken (machinaal spinnen en weven) in Europa en honderdduizenden slaven in de katoenteelt aan de andere kant van de Atlantische oceaan.

De wereldwijde effecten van de Amerikaanse burgeroorlog

1861 is een sleuteljaar in het wereldwijde katoennetwerk. De Verenigde Staten kennen van 1861 tot 1865 een burgeroorlog, met als inzet de afschaffing van de slavernij. De Noordelijke steden, waar katoen verwerkt werd, waren voor de afschaffing; het landelijke Zuiden waar de slaven op de immense plantages voor rijkdom zorgden, verdedigde te vuur en te zwaard de slavernij. Het conflict tussen het conservatieve zuiden van de VS en de steden aan de kust werkt tot op vandaag door. Denk maar aan de onverwachte zege van Donald Trump.

Door deze oorlog was er plots een tekort aan katoen op de wereldmarkt met stijgende prijzen tot gevolg. Honderden fabrieken in Europa werden gesloten; honderdduizenden arbeiders werden werkloos. De katoenbaronnen waren angstig op zoek naar nieuwe katoenregio’s. Door het samengaan met het Britse imperium (in India) was het mogelijk om de ‘halsstarrige’ Indiërs van hun weefgetouw te jagen, richting platteland. Om katoen te telen, niet voor hun eigen weefgetouw of de (ondertussen her en der ontstane) Indische katoenfabrieken, maar voor de wereldmarkt, d.w.z. Europa. Tegelijkertijd werd Afrika in kolonies verdeeld en werd er ook zoveel mogelijk op monocultuur katoen ingezet.

De terugkeer van het mondiale Zuiden

Terwijl het belang van de katoenindustrie voor de wereldeconomie duidelijk afnam in een tijd van gigantische staalfabrieken, chemische industrie en elektrische apparatenfabrieken, onderging ze ook een ingrijpende geografische verschuiving. Met de crisis van de Amerikaanse burgeroorlog werd er in kolonies katoenproductie opgedrongen om in Europa verwerkt te worden. Maar tegelijkertijd kochten bijvoorbeeld Indiërs en Egyptenaren Britse machines. Het Europese katoenimperium drong nog de-industrialisatie in zuiderse landen op. Westerse textielfabrikanten deden tal van pogingen om, middels druk uitgeoefend door het koloniaal bewind (de overheid dus), de katoenverwerking door lokale spinners en wevers te vernietigen. Spinners en wevers die dan moesten kiezen ofwel katoen te gaan verbouwen in loondienst of te verdwijnen in stedelijk proletariaat.

Zo ontstond in de toenmalige Britse kolonie Egypte in de jaren ’30 één van de grootste katoenfabrieken ter wereld (De Misr Spinning and Weaving Company, met in 1945 25.000 textielarbeiders) en dat na jarenlang door de import van Brits katoen tegengewerkt te zijn. In heel wat landen werd de dekolonisering sterk mee gedragen door katoenfabrikanten en hun arbeiders. Nationalisme, ontvoogding en ondersteunen van eigen katoenverwerking gingen hand in hand.

Terwijl de positie van de katoen industriëlen in het Noorden langzaam verzwakte, slaagden industriëlen in het Zuiden (bv. in Petrópolis, Brazilië) erin om een (ondersteunende) staat naar hun behoeften te creëren en om de katoenhegomonie van het Noorden te breken.

Aan het begin van de twintigste eeuw was de Aziatische katoenindustrie de snelst groeiende ter wereld geworden en keerde de katoenproductie terug naar waar ze ooit begonnen was. Gaandeweg kwamen de katoenproductie en kledingconfectie in Europa onder druk. We kennen nu al decennia lang de situatie dat onze kleren in Bangladesh en China gemaakt worden…, dikwijls onder erbarmelijke arbeidsomstandigheden. Het katoenimperium heeft zich eerst bediend van sterke, ondersteunende staten, om er zich uiteindelijk sinds de jaren ’70 van de twintigste eeuw uit te bevrijden. De katoen- en textielmultinationals negeren nu de staten (die ze eerst gebruikten voor regelgeving en subsidies) en produceren daar waar het het goedkoopst kan.

BT-katoen en co.

Het is een geschiedenisboek tot en met de recente geschiedenis, maar de auteur heeft het niet over de groeiende macht van de Monsanto’s van deze wereld. Monsanto dat bv. in India zijn genetisch gemanipuleerde katoen (BT-katoen) opdrong…, met zelfmoordgolven onder boeren tot gevolg. De auteur heeft het ook niet over het lobbywerk van de katoen- en nylonsector. Ze gebruikten na de Tweede Wereldoorlog het drugsprobleem om de hennepvezel verdacht te maken. Dit is geen detail in de meest recente geschiedenis, want hennepvezels zijn tot vier keer sterker dan katoenvezels. Bovendien hebben ze geen chemie nodig en capteert de plant veel CO2, interessant in tijden van klimaatverandering. Het boek vermeldt ook niet dat 26 % van alle insecticiden in de wereld gebruikt worden in de katoenteelt. Gelukkig is er de laatste decennia een remonte bezig van de hennepproductie en -verwerking.

Van katoen naar ABCD

ABCD? Nooit van gehoord! Klopt. Iedereen kent wel de Unilevers en de Nestlé’s van deze wereld, maar wie kent de onzichtbare voedselreuzen ADM, Bunge, Cargill en Louis Dreyfus? Zoals het katoenimperium alle macht naar Europa trok, concentreerde de wereldwijde graan- en graanvervangershandel (o.a. soja) zich bij deze vier bedrijven. ADM (Archer Daniël Midland Company) ontstond in 1902, Bunge in 1818, Cargill in 1865 en Dreyfus in 1851. De gezamenlijke omzet van de vier ABCD-bedrijven is groter dan die van veel echte landen, samen 250 miljard euro (waarvan Cargill in 2015 106 miljard euro.) Als je hun winstcijfers van de laatste decennia bestudeert, dan komen de grote winsten minder uit de logistiek van onverwerkt bulkvervoer (tarwe, soja, maïs, koffie, …), maar in de eerste verwerking (en bulkvervoer) van de grondstof (soja bv.) ‘in dienst van’ de voedings- en veevoederindustrie.

Deze handelshuizen zouden nooit zo groot geworden zijn zonder de subsidies van de federale overheden. Belastingen betalen ze amper, maar zonder deze ABCD-bedrijven zou er in Europa geen bioindustrie zijn en overzee (met Brazilië als koploper) geen gigantische monocultuurvelden soja en maïs. Zoals katoen gefundeerd is op het oorlogskapitalisme en aan de oorsprong staat van het huidige industriële kapitalisme, zo zijn ABCD de motor van de wereldwijd opgedrongen industriële landbouw. ABCD staat, samen met de Monsanto’s en de Syngenta’s van onze planeet, voor een kapitaal-intensieve landbouw, die honderden miljoenen gezinnen van de boerenlandbouw marginaliseert en de ecosystemen uitput. Het wereldwijde gesleep van bulk is één van de oorzaken van de opwarming van de aarde. Dit landbouwmodel is duidelijk deel van het probleem, terwijl duurzame landbouwpraktijken in boeren handen een deel van de oplossing zouden kunnen zijn.

De Commons terug in eigen handen

Wereldwijd komt er verzet op gang om de ‘commons’, ons gemeenschappelijk bezit/erfgoed (grond, zaden, water, vervoer, voedsel, …), terug in de handen van plaatselijke gemeenschappen te leggen. Van onderop ontstaan er in alle continenten creatieve oplossingen voor wat door ABCD en andere onzichtbare handen gefragmenteerd is. Michel Bauwens, ‘Commons-icoon’, doet hierin baanbrekend werk met zijn initiatieven van ‘peer-to-peer economy’ (http://www.p2plab.gr/en) en met zijn boek ‘De wereld redden. Met peer-to-peer naar een postkapitalische samenleving.'(Houtekiet, 2013). Zie ook: http://www.wealthofthecommons.org/. Wervel lanceerde in het kader van de ‘commons’ zijn campagne ‘Lunch met lef (lokaal-ecologisch-fair)’.

Luc Vankrunkelsven

http://www.wervel.be/pt

(1) Oorlogskapitalisme wordt gekenmerkt door drie verschijnselen: a. terugvallen op een sterke staat die haar gezag vooral met militaire middelen handhaaft en waarbij wetgeving nog nauwelijks een rol speelt,

b. boeren, maar ook jager/verzamelaars van hun land verjagen, wat feitelijk betekent beroven van onroerend goed en dwingen tot het proletariaat,

c. slavernij/dwangarbeid toepassen. Het geweld van de overheid kan van directe aard zijn door militair ingrijpen, maar het kan indirect zijn door het niet ingrijpen bij b. en c., wat de auteur samenvat onder: ‘gewelddadige toe-eigening van land en arbeid’.

In het industrieel kapitalisme ligt de nadruk op een sterke staat met een straffe wetgeving die het sociale leven en in het bijzonder de arbeidsverhoudingen regelt binnen het kader van machinale productie die door fabrikanten wordt georganiseerd, vaak op allerlei vlakken door de staat ondersteund.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Caatinga en de kreet om water

‘t Zijn zware, maar interessante dagen. Om 1 uur ‘s nachts aangekomen in Fortaleza (Ceará) en om vijf uur opgestaan om tijdig de bus te nemen naar het binnenland, richting Limoeiro do Norte. We zitten nu midden in de Caatinga, de ‘semi-árido’ of het droge Noord-Oosten van Brazilië.

Grootste droogte in 30 jaar

De mensen zitten hier in een grote droogte sinds 2011. De vorige langdurige droogte heerste van 1979 tot 1983. Toen waren er 7000 doden door watergebrek en honger. Nu vielen er nog geen doden, maar de sociale bewegingen beginnen zich te roeren. Ik val midden in een vergadering van Caritas, MST, de universiteit van de deelstaat Ceará, de plaatselijke Instituto Federal, gemeentelijke commissies voor het samenleven met de semi-árido en CPT (Commisão Pastoral da Terra). Het is Thiago Valentim van CPT die mijn bezoek hier aan Ceará organiseert. Het schijnt een streek te zijn met tal van conflicten: drugs in de stad met regelmatig doden, conflict gezinslandbouw versus agronegócio met veel gif en waterverbruik, waterslurpende fruitteelt voor de esport, zoetwater garnalenteelt die vooral bestemd is voor export, stuwmeren voor elektriciteit, windmolens aan de kust waarvoor de bewoners verjaagd worden.

CPT geeft jaarlijks een boek uit over de doden i.v.m. met grond- en waterconflicten. Half september zijn er landelijk al 65 doden gevallen; al bijna evenveel als in het hele jaar 2016. Het is jaarlijks een trieste balans, met een toppunt aan doden in 2003, namelijk 73 vermoorde boerenleiders, leiders van inheemse volkeren e.a. Soms worden hele groepen mensen tegelijk vermoord, zoals dit jaar al drie keer gebeurd is. Het is alsof de plaatselijke palmbomen – de Carnaúba – staan te treuren om zoveel doden, maar nee, dat was een verkeerde interpretatie. De bladeren worden geoogst en voor tal van toepassingen gebruikt, zelfs in de productie van chips voor GSM’s.

Van dialogeren naar ageren

De vergadering is niet zomaar een gepraat met elkaar, maar loopt uit op een actie bij de verantwoordelijke instantie voor de verdeling van het water in de streek. Het is nogal cynisch, maar als we met het nodige gedruis (1) het gebouw binnen stappen, hangt boven ons hoofd propaganda van de overheid: “Todos pela água” (‘Allen voor het water’). Inder-dáád, daarom zijn we hier: om het recht op water op te eisen. Een andere mini-affiche heeft het over: “Água, se você não economiza, pode faltar”; hashtag cadagotaconta (‘Water, als je het niet zuinig gebruikt, kan er tekort zijn’; hashtag elke druppel telt.) Eén van de pancartes luidt: “72 % van het water gaat in Brazilië naar de agronegócio”. Duidelijker kan niet. De mensen komen nà de garnalen, de bananen, de eucalyptus, de koeien. Overal duiken in de streek bakken op om grote zoetwatergarnalen te kweken. In de natuur zijn het normale, kleine riviergarnalen, maar met chemische input worden ze vlot 5 cm. lang; sommige zelfs 20 cm. Het vervuilde water wordt geloosd en wordt hoe langer hoe meer een groot ecologisch probleem. Aan de kust worden zoutwatergarnalen gekweekt. Hier moeten de mangroves eraan geloven, daar het vervuilde water in deze belangrijke habitats (kinderkamer van de vissen) geloosd wordt.

Gelukkig is er hier een geëngageerde kerk, die gewoon solidair mee op de barricaden staat. Drie priesters en twee jonge zusters staan mee muziek te maken en strijdliederen te zingen. Een zuster draagt een T-shirt met een frase van paus Franciscus: “Quem arrisca, o Senhor não desilude…”/”Wie riskeert, desillusioneert de Heer niet…” De Argentijnse paus met zijn milieu-encycliek ‘Laudato Si’ sterkt hen duidelijk in hun engagement.

Grond, water, bewustwording

‘s Namiddags bezoeken we een kamp van de landlozenbeweging MST. Ze hebben zich met 150 families genesteld, midden in de geïrrigeerde immense monoculturen van bananen. Elk gezin heeft 2 hectares, maar ze werken vooral collectief. Ze willen met deze bezetting een statement maken dat niet alleen grond, maar ook water moet herverdeeld worden. Dat willen ze combineren met bewustwording, o.a. door natuurlijke productie met weinig tot geen ‘veneno’/venijn/gif. Het is inderdaad indrukwekkend hoe ze met polyculturen erin slagen om gif te mijden. MST wil dan ook het idee steunen om begin 2018 mee een nieuwe school te starten en dat in het netwerk van ‘Escolas Família Agrícola (EFA)’.(2). Deze school wordt nu op de hoogvlakte opgetrokken, ook midden de gif spuitende en water verslindende industriële landbouw. Ze krijgt de naam EFA Jaguaribana Zé Maria do Tomé. Zé werd 21 april 2010 vermoord, omwille van zijn verzet tegen de vergiftiging van de streek door de massale fruitcultuur, in dienst van de export. Zé Maria do Tomé inspireert vandaag velen om het verzet niet op te geven.

De kikker die zich niet liet koken

Ik loop al enkele dagen rond met een titel voor een nieuw boek. Kikkers die je in water langzaam kookt, springen er niet. De kikker als symbool, die niet wakker ligt van de opwarming van de aarde, voor wie glyfosaat en andere vergiften worst wezen. Maar er zijn ook kikkers die alert zijn en die tijdig uit het water springen. Groot was dan ook mijn verbazing, als ik bij mijn gastheer naar ‘t WC ging en dan de chasse (‘k ben even het Nederlandse woord kwijt. De spoeling?) doortrok. Springen er toch kleine kikkers uit de WC-pot zeker! Blijkbaar is dat vrij algemeen in deze streek.

Zé Maria was een alerte kikker. Vele kikkers zetten verder wat hij begon. Kikkers die zich niet laten koken.

Luc Vankrunkelsven,

Tabuleiro do Norte, Ceará.

(1) https://www.youtube.com/watch?v=OGsC9W791mI&feature=youtu.be

(2) Zie artikels over het netwerk van Escolas Família Agrícola in het boek ‘Voeding verknipt, Wervel, 2014. Voor deze concrete school, zie: http://www.efaguaribana.com.br

Posted in Uncategorized | Leave a comment