Vergeten groenten

Het Agroecologiacongres had voorheen de naam om vooral een treffen van professoren en studenten te zijn. Daar kwam dit jaar duidelijk verandering in. Ja, de optie van ABA (Associação Brasileira de Agroecologia) blijft om agroecologia als vernieuwende wetenschap op de kaart te zetten, maar in de methodologie wordt deze dagen veel in kringgesprekken gewerkt. Ik ontmoette ook heel wat boeren, die vanuit hun praktijk konden spreken, maar vooral ook vele jonge neo-ruralisten. De nieuwe opleidingen agroecologie van technische landbouwscholen tot universiteiten hebben hun doel niet gemist. Agroecologie beroert zowel wetenschappers, studenten, feministen, ‘eters’, boeren en tal van bewegingen. Het is de kunst om deze met elkaar aan de praat te krijgen.

Carla Brandão

Het valt op dat vele sprekers in de grote debatten vrouwen zijn. Sterke vrouwen. Neem nu het debat over “Agroecologia, gezondheid en voeding”. Alleen maar vrouwen! Bekende figuren uit de Braziliaanse televisiewereld en Clara Brandão. Brandão, zo mogelijk nog bekender. (1)

Interessant dat deze geanimeerde ronde tafel gevoerd wordt op het moment dat ik vanuit Brussel allerlei onheilsberichten binnenkrijg: de Europese Commissie bezwijkt voor het immense lobbywerk van de chemische industrie en dreigt eind dit jaar de toelating voor het gebruik van glyfosaat (vooral bekend als Monsanto’s Roundup) met tien jaar te verlengen. ‘t Ja, de lobbyisten van de industrie hebben nu eenmaal veel macht in Washinton DC, Brasília, Brussel. Ze zitten overal waar de beslissingen vallen, maar Brussel is het ergste. Niemand weet of er nu in de hoofstad van Europa 15.000 of 30.000 lobbyisten zitten.

Agroecologie deint uit, vooral door horizontale dialoog. Door vragen te stellen ook. Sterke vragen, die de hegemonie van de voedings- en chemische zaadindustrie pijn (kunnen) doen. Ook aan andere gesprekstafels wordt opgeroepen tot rebellie. Culinaire en anderssoortige rebellieën. Een woord dat hier ook vaak valt, is ‘spiritualiteit’. Spirituele rebellie dus. Op het bord en in andere dagelijkse praktijken.

Eén spreekster eindigt met een gekend citaat van Paulo Freire: “O mundo não é, o mundo está sendo” (letterlijke vertaling: “De wereld is niet, de wereld is zijnde/wordende – gebeurt.”)

PANCs

‘Vergeten groenten’ worden hier in Brazilië PANCs genoemd: ‘Plantas Alimenticias No Convencionais/Niet-conventionele eetbare planten’. Wat vreemd, zo’n negatieve term voor zo’n wondere wereld! Zou het niet beter zijn om ze ‘traditionele’ (vergeten) planten te noemen? ‘Vergeten groenten’, die ook bij ons herontdekt worden. VELT trekt in deze bewustwording vooral de kar. In Brazilië gaat het om honderden regionale planten. Bij ons in België gaat om hooguit enkele tientallen groenten. Georgeton Soares Ribeiro Silveira van EMATER Minas Gerais geeft een interessante uiteenzetting over het herontdekken van de enorme rijkdom aan regionale planten en kruiden. Camila Cembrola Teles van de UnB, de universiteit van Brasília, voegt er aan toe dat er 10 jaar geleden voor biologische landbouw amper 10 studenten in de aula zaten. Nu is alles volzet, zoals dit auditorium, waar we nu verzameld zijn. Het is veel te klein! Velen zitten op de grond. Het zou inderdaad 10 jaar geleden niet waar geweest zijn. Er leeft een algemene interesse om de monocultuur en het vergiftigd eten van elke dag te vermijden. Het is dan ook moeilijk om nog iets in de supermarkt te vinden dat geen resten van glyfosaat bevat (2).

De man van Emater haalt een publicatie van de FAO, de Landbouw- en Voedselorganisatie van de Verenigde Naties, aan: “Er zijn 10.000 planten die we kunnen eten. Daarvan worden er maar 150 gebruikt. 85 % van de wereldconsumptie bestaat uit rijst, tarwe, maïs en aardappelen.”

Paus met bijbel

De ‘paus’ van de PANCs is ook uitgenodigd: Waldely Kinupp. Ik citeerde hem al 11 jaar geleden in mijn boek ‘Dageraad over de akkers. Soja ànders.’ Vlak voor het debat wou ik hem een exemplaar geven, maar tot mijn verbazing had hij het al. Daarom wil ik hem even terug uit het toenmalige artikel aanhalen: Onlangs werd hier in Curitiba over dit thema gedebatteerd op het 56ste Braziliaans Botanisch Congres. Valdely Kinupp, een wetenschapper i.v.m. alternatieve planten aan de federale universiteit van Rio Grande do Sul, stelt: “Er heerst een gastronomisch imperialisme. Van de gewassen die wereldwijd worden geconsumeerd, zijn er 52 % afkomstig uit Eurazië. Uit de ‘nieuwe tropen’ (Latijns-Amerika) amper 18 %.” Volgens de Argentijnse wetenschapper Eduardo Rapoport gaat die regel niet op voor de sierplanten: “Van deze ‘espécies ornamentais’ zijn 43 % afkomstig van Latijns-Amerika en maar 10 % van Europa en Azië.” Vreemd toch, want volgens de ‘wereldkaart van Vavilov’ zijn juist heel wat genen te vinden in het Andesgebergte, in Brazilië en in Paraguay.

Kinupp: “Gemiddeld worden maar een 100 plantensoorten geconsumeerd uit het universum van 17.000 soorten die ons ter beschikking staan.”

“En is er dan geen gevaar voor vergiftiging, als mensen zomaar allerlei planten beginnen te eten?”

Kinupp: “We moeten maar eens testen doen in laboratoria om te zien hoe het zit met de giftigheid van bepaalde planten. Maar mag ik er aan herinneren dat sommige varianten van feijão (bonen) ook giftig zijn, als ze niet op een correcte manier worden klaargemaakt?”

Om het voedselimperialisme tegen te gaan, gaat hij een boek uitgeven over botanische gastronomie.(3)

Kinupp heeft dus iets andere getallen dan de FAO in Rome. Ondertussen woont de paus in Manaus, op een boerderijtje in het Amazonewoud. En ja, wie ‘paus’ zegt, zegt ook ‘bijbel’. De bijbel van de PANCs is verschenen. Die bijbel bespreekt 351 planten die in Brazilië kunnen gevonden, geteeld en gegeten worden. Met recepten en al (4).

Hij vertelt over zijn gebuur die midden in het Amazonewoud sla teelt op hidrocultuur, terwijl het woud vol zit met eetbare planten. “De monocultuur van planten is een weerspiegeling van onze eetpraktijk.” Waar heb ik dat nog gehoord? Ja, onze oudste Wervelaars, José Gekiere en Alice Dams, stelden dit al jaren geleden: “Wat wij eten, bepaalt het landschap.”(5)

Kinupp: “10 % van de tropische wouden is eetbaar. Als je PANCs eet, eet je minder gif en zal er op termijn minder gif/veneno gebruikt worden.”

Het is dan ook sterk dat er hier twee namiddagen een uitwisselingsmarkt is van zaden. Vergeten groenten herontdekken. Vergeten, verwaarloosde zaden delen is een vorm van rebellie tegen de hegemonie van enkele zaad-chemie-gentech-multinationals.

Laat de agro-ecologen opstaan

Mag ik toch even een kritische noot geven? Ze klonk luid in de sessie ‘Opvoeding in agroecologie. Praktijken en wijsheden in het perspectief tegen de hegemonie.’

Een professor van een Instituto Federal neemt het woord. Hij begrijpt niet dat, als ABA agroecologie als wetenschap wil erkend zien, de organisatie tegen opleidingen Agroecologia in instituten en universiteiten is. ABA wil geen formele ‘agroecologen’ herkennen. Het moet een discipline blijven, maar niemand mag zich gediplomeerde agroecoloog noemen. Nochtans gaat het om honderden mensen die de laatste 10 jaar in heel Brazilië gevormd werden. De universiteit van Araras leverde al 150 studenten af; de deelstaatuniversiteit van Paraiba al 120 jongeren. Heel wat Institutos Federais (IF) doen hetzelfde. Bv. Rio Pomba, waar ik al negen jaar passeer, leverde 122 bachelor studenten af en 36 post-bachelor. Voor agroecologische technologie gaat het in heel Brazilië om honderden studenten. Waarom worden zowel deze studenten als hun professoren uitgesloten? Is het misschien bedreigend voor ABA?

Zo’n congres is een feest van ontmoeting, zang, muziek, dans, creativiteit, toespraken, horizontale dialogen. Toch stijgt deze verzuchting in de formele opleidingen algemeen op. Wanneer komt eindelijk de erkenning van hun bestaan?

Luc Vankrunkelsven,

Brasília, 15 september 2017.

(1) Voor een interview met Clara Brandão en haar ideeën i.v.m. voeding, lees het interview ‘Onkruid zal ons voeden’ in ‘Oases. Grond-kracht voor een nieuwe lente.’ Wervel, 2016.

(2) http://www.lemonde.fr/planete/article/2017/09/14/il-reste-difficile-d-acheter-un-aliment-en-etant-sur-qu-il-n-ait-pas-ete-traite-au-glyphosate_5185798_3244.html

(3) Zie: artikel ‘Eiwitten uit Ora-pro-nóbis’, in: ‘Dageraad over de akkers. Soja ànders.’ Wervel, 2006.

(4) Valdely Ferreira Kinupp en Harri Lorenzi, Plantas Alimentícias Não Convencionais (PANC) no Brasil. Guia de identificação, aspectos nutricionais e receitas ilustradas. Instituto Plantarum de Estudos da Flora LTDA, São Paulo, 2015.

(5) Alice Dams, Rode bessen.Het Geleeg, 2008 (nog bij Wervel te verkrijgen).

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s